Maandelijks Archief: april 2010

Mini excursie Schloss Wissen

Geplaatst door: 16 april 2010

Mini-excursie Schloss Wissen bij Weeze. Met een volle bezetting reden we naar Wissen. Het was een prachtige excursie met fantastisch mooi weer en lekker kaffees mit sehr iel kuchen. Foto’s volgen.

Beste leden, op zondag 16 mei gaan we, in het kader van de kleine excursie, naar Kasteel Schloss WissenWissen1  bij Weeze, waar we een rondleiding krijgen. Het is een prachtig kasteel waarvan de meesten van ons het bestaan waarschijnlijk niet kennen.

Als vroegste overgeleverde jaartal dat de leeftijd van Kasteel Wissen aantoont, geldt 1372. Destijds stelde Graaf Adolf von Kleve een vrijgeleidebrief op voor de parochie Weeze en het -Huis van Heinrick van der Straeten te Wissen-. Behalve de burcht wordt ook de voorburcht vermeld, wat doet vermoeden dat het gehele complex in werkelijkheid nog een stuk ouder is. De Familie van der Straeten had de burcht van het klooster Xanten als leengoed. Een kleine 100 jaar later stierf de familie uit, het burchtcomplex werd door Ridder Johann van den Loe aangekocht – als bruidsschat voor zijn zoon Wessel. Deze trouwde met Lyssbeth van Beerenbroek die afkomstig was uit een belangrijk geslacht aan de Niederrhein. In 1497 verhief de hertog von Kleve Wissen in de rang van een eigen landgoed, wat verbonden was met het privilege van de (lagere) rechtspraak. Daarvan getuigt vandaag de dag nog de kerker in de -Dikke Toren- van de voorburcht. Wessels kleinzoon, Franz van den Loe, liet de burcht ombouwen tot een soort paleis en voorzien van vele torentjes en erkertjes. Twee eeuwen later vond de volgende wezenlijke verbouwing van het kasteel plaats: tegen het einde van de 18 e eeuw liet Franz Karl Freiherr zu Loe, nog vóór Napoleon het Rheinland annexeerde, het hoofdkasteel aanpassen aan de Franse smaak op architectuurgebied. Bijna alle torens en erkers moesten weg, in plaats daarvan kreeg het bakstenenkasteel een witte pleisterlaag en een zolderdak, zelfs de -Dikke Toren- werd grotendeels afgebroken. Een eeuw later liet Graaf Max von Loe Kasteel Wissen geheel ombouwen in neogotische stijl. De toren kreeg zijn oorspronkelijke vorm terug, de hoofdburcht kreeg twee neogotische trapgevels en een paar torentjes en erkers. Het kasteel heeft de Tweede Wereldoorlog zonder al te grote schade overleefd, alleen het dak raakte beschadigd zodat er vochtigheid kon binnendringen. Het kasteel was daarom vele jaren niet bewoonbaar, totdat de eigenaren het tussen 1969 en 1973 grondig renoveerden; in de jaren tachtig waren de prachtige zalen aan de beurt. In het kader van het project -Culture & Castles- zijn ook de bijgebouwen onder handen genomen.                                                                                                                               

Na afloop van de rondleiding zullen we in het hotel ter plaatse Kaffee und Kuchen nuttigen.

Kasteel Schloss Wissen                                         

Tot ziens op zondag 16 mei op het Weijerplein te Boxmeer waar we om 10.00 uur vertrekken(carpoolen).

We vragen van u een bijdrage van € 5 p.p. Attentie : Om iedereen een kans te geven kunt u zich

vanaf vrijdag 7 mei na 18.00 uur

op geven bij Dick Reijnen 0485-574527 met vermelding of u een auto tot uw beschikking heeft en of u

om 13.00 uur gebruikt maakt van Kaffee und Kuchen. Er kunnen maximaal 25 personen mee.

Gegroet Dick Reijnen.

Wissen2 Wissen3 Wissen4 Wissen5

lezing gilden en sociëteiten

Geplaatst door: 2 april 2010

Er waren 34 personen aanwezig

Beste Leden,                                                                                                                            

op woensdag 14 april 2010 zal ons lid Dr. Peer Meurkens een lezing houden over

Over gilden en sociëteiten                                           Verbroedering in 19de eeuwse Brabantse dorpen.

Peer

Jongerengroepen en beroepenassociaties waren in het na-middeleeuwse Brabant de bekende vormen van socialibiliteit op het platteland. Vooral de ongehuwden, zowel mannen als vrouwen, hadden onder de noemer van ‘labbaaijen’ en ‘spinningen’, al dan niet volgens vaste afspraken, frequent bijeenkomsten voor vertier en verder amusement.  Klompenmakers en valkeniers, schoolmeesters en lubbers, herbergiers en teuten werkten samen en trokken met elkaar op. Later, met name in 19de eeuws Brabant gaan in zeker opzicht nieuwe vormen van associatie het dorpsleven kleuren, opmerkelijkerwijs uitsluitend bedoeld voor het mannelijk deel van de bevolking. Gilden, van oudsher getekend door hun relatie met de plaatselijke kerk waarvoor ze rituele en charitatieve functies vervulden, krijgen gezelschap van nieuwe vormen van gilden, de zogenaamde schutterijen. In de decennia na 1900, nadat met name omstreeks 1880 door acties van de diocesane clerus het bestaande gildewezen bijna overal was uitgeroeid dan wel gemarginaliseerd, komen onder vaak oude namen de nieuwe gilden tevoorschijn die een vermenging vormen van de vroegere typen. Met de opkomst van een rurale middenklasse ontstaan in de jaren na 1840 (de inkwartieringen in verband met de Belgische Opstand zijn beëindigd en er is sprake van politieke en kerkelijke gelijkberechtiging) in oostelijk Noord-Brabant de zogenaamde sociëteiten. Deze gezelschappen, geïnitieerd door dorpsnotabelen en bedoeld voor wie het zich kon permitteren tijd en geld aan onnuttig tijdverdrijf te besteden, konden zich wel handhaven zelfs toen de clerus dergelijke bijeenkomsten bestreed. Ze kenden wel cyclische periodes van opkomst en neergang gerelateerd aan het economische tij.                                                                 Vele voorbeelden van ‘verbroedering’ uit oostelijk Noord-Brabant illustreren het betoog.

Sociëteit Boxmeer                                                                                                                              Al in het jaar 1842 waren er een aantal mannen die wekelijks (waarschijnlijk met paard en wagen) naar de ‘Herenclub’ in het centrum van Boxmeer togen om daar met een aantal gelijkgezinden een goed gesprek te hebben. Dit ging dan gepaard met het nuttigen van een goed glas wijn en het roken van een sigaar. Ook was dit de plek bij uitstek waar de plaatselijke- en landelijke politiek werd besproken, waar een partijtje schaak werd gespeeld of een kaartje werd gelegd. Deze wekelijkse bijeenkomsten vonden in die tijd plaats op de bovenverdieping van café Keuper aan de Steenstraat schuin tegenover Hotel Riche. Dat deze ‘Herenclub’ een uiterst serieuze zaak was, bleek wel uit het feit dat de toenmalige directie al in 1886 een ‘Reglement der Sociëteit’ uitgaf met daarin een vijfenvijftig tal artikelen waar de leden zich aan moesten houden.

Dr. P. Meurkens was als antropoloog verbonden aan de Nijmeegse universiteit. Hij is gepromoveerd op een proefschrift "Sociale verandering in het Oude Kempenland, 1840-1920". Publiceerde met name over de mentale aspecten van de oude plattelandssamenleving. Heeft free lance onderzoek verricht voor projecten van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven gericht op cultuurhistorie, musealisering en toerisme.                                                                                                                          

Welkom op deze  boeiende en interessante lezing op woensdag 14 april om 20.00 uur in de Nepomukkapel

Dick Reijnen,                                                                     www.nepomuk.web-log.nl

lezing gilden en sociëteiten

Geplaatst door:

Er waren 34 personen aanwezig

Beste Leden,                                                                                                                            

op woensdag 14 april 2010 zal ons lid Dr. Peer Meurkens een lezing houden over

Over gilden en sociëteiten                                           Verbroedering in 19de eeuwse Brabantse dorpen.

Peer

Jongerengroepen en beroepenassociaties waren in het na-middeleeuwse Brabant de bekende vormen van socialibiliteit op het platteland. Vooral de ongehuwden, zowel mannen als vrouwen, hadden onder de noemer van ‘labbaaijen’ en ‘spinningen’, al dan niet volgens vaste afspraken, frequent bijeenkomsten voor vertier en verder amusement.  Klompenmakers en valkeniers, schoolmeesters en lubbers, herbergiers en teuten werkten samen en trokken met elkaar op. Later, met name in 19de eeuws Brabant gaan in zeker opzicht nieuwe vormen van associatie het dorpsleven kleuren, opmerkelijkerwijs uitsluitend bedoeld voor het mannelijk deel van de bevolking. Gilden, van oudsher getekend door hun relatie met de plaatselijke kerk waarvoor ze rituele en charitatieve functies vervulden, krijgen gezelschap van nieuwe vormen van gilden, de zogenaamde schutterijen. In de decennia na 1900, nadat met name omstreeks 1880 door acties van de diocesane clerus het bestaande gildewezen bijna overal was uitgeroeid dan wel gemarginaliseerd, komen onder vaak oude namen de nieuwe gilden tevoorschijn die een vermenging vormen van de vroegere typen. Met de opkomst van een rurale middenklasse ontstaan in de jaren na 1840 (de inkwartieringen in verband met de Belgische Opstand zijn beëindigd en er is sprake van politieke en kerkelijke gelijkberechtiging) in oostelijk Noord-Brabant de zogenaamde sociëteiten. Deze gezelschappen, geïnitieerd door dorpsnotabelen en bedoeld voor wie het zich kon permitteren tijd en geld aan onnuttig tijdverdrijf te besteden, konden zich wel handhaven zelfs toen de clerus dergelijke bijeenkomsten bestreed. Ze kenden wel cyclische periodes van opkomst en neergang gerelateerd aan het economische tij.                                                                 Vele voorbeelden van ‘verbroedering’ uit oostelijk Noord-Brabant illustreren het betoog.

Sociëteit Boxmeer                                                                                                                              Al in het jaar 1842 waren er een aantal mannen die wekelijks (waarschijnlijk met paard en wagen) naar de ‘Herenclub’ in het centrum van Boxmeer togen om daar met een aantal gelijkgezinden een goed gesprek te hebben. Dit ging dan gepaard met het nuttigen van een goed glas wijn en het roken van een sigaar. Ook was dit de plek bij uitstek waar de plaatselijke- en landelijke politiek werd besproken, waar een partijtje schaak werd gespeeld of een kaartje werd gelegd. Deze wekelijkse bijeenkomsten vonden in die tijd plaats op de bovenverdieping van café Keuper aan de Steenstraat schuin tegenover Hotel Riche. Dat deze ‘Herenclub’ een uiterst serieuze zaak was, bleek wel uit het feit dat de toenmalige directie al in 1886 een ‘Reglement der Sociëteit’ uitgaf met daarin een vijfenvijftig tal artikelen waar de leden zich aan moesten houden.

Dr. P. Meurkens was als antropoloog verbonden aan de Nijmeegse universiteit. Hij is gepromoveerd op een proefschrift "Sociale verandering in het Oude Kempenland, 1840-1920". Publiceerde met name over de mentale aspecten van de oude plattelandssamenleving. Heeft free lance onderzoek verricht voor projecten van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven gericht op cultuurhistorie, musealisering en toerisme.                                                                                                                          

Welkom op deze  boeiende en interessante lezing op woensdag 14 april om 20.00 uur in de Nepomukkapel

Dick Reijnen,                                                                     www.nepomuk.web-log.nl